KNST!
laat je anders kijken naar het Groene Hart

Langs de Limes werd niet alleen gevochten, maar vooral geleefd

‘Rare jongens, die Romeinen’, verzucht Obelix steevast wanneer er weer een legertje Romeinse soldaten door de lucht vliegt. Vermakelijk, maar historisch niet helemaal eerlijk..

De Romeinen waren niet alleen meesterlijke veroveraars. Ze legden wegen en havens aan, dreven handel, bouwden steden en lieten langs de Rijn een grens achter die bijna tweeduizend jaar later nog altijd onder onze voeten ligt. Ook in het Groene Hart.

Tekst: Willem IJdo
Bewerking: redactie KNST!

Op het hoogtepunt strekte het Romeinse Rijk zich uit rond vrijwel de hele Middellandse Zee. De Romeinen noemden haar Mare Nostrum: onze zee. Het rijk omvatte grote delen van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Zo’n immens gebied vroeg om een uitgekiende verdediging.

Daarom ontstond de Limes, het grenssysteem van het Romeinse Rijk. In onze streken liep die grens langs de toenmalige Rijn, van de Noordzee richting het huidige Duitsland. Op de zuidoever bouwden de Romeinen forten, wachttorens, wegen, kades en havens. Niet als één hoge, gesloten muur, maar als een lang lint van militaire posten en verbindingen.

De Neder-Germaanse Limes strekt zich uit van Katwijk aan Zee tot in Duitsland. Sinds 2021 staat een selectie van de archeologische vindplaatsen in Nederland en Duitsland op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Daarmee is niet alleen een verdedigingslinie erkend, maar een compleet landschap waarin soldaten, handelaren, ambachtslieden en lokale bewoners eeuwenlang naast elkaar leefden.

Een grens met winkelverkeer

Het woord ‘grens’ roept slagbomen en wachtposten op. Langs de Romeinse Rijn zag het dagelijks leven er levendiger uit. Schepen met een platte bodem vervoerden bakstenen, dakpannen, hout, graan, wijn, voedsel, vee, huiden, wapens en luxeartikelen. Over de wegen reden paard en wagen af en aan.

Rond de castella, de Romeinse forten, ontstonden burgernederzettingen. Soldaten hadden voedsel, kleding, gereedschap en vermaak nodig. Handelaren en ambachtslieden zagen hun kans. Herbergen, werkplaatsen en markten verschenen in de buurt van de legerplaatsen.

De Limes was daardoor niet alleen een militaire grens. Het was ook een economische en culturele ontmoetingszone. Romeinen en oorspronkelijke bewoners dreven handel en namen gewoonten van elkaar over. Met de soldaten reisden bovendien ideeën, smaken en gebruiken door het rijk. Zelfs een dakpan of een achtergebleven kruik vertelt daardoor iets over een wereld die veel internationaler was dan we soms denken.

Waarom de Rijn en niet de Elbe?

Aanvankelijk wilden de Romeinen hun macht verder naar het noorden en oosten uitbreiden. De Elbe had zomaar de nieuwe rijksgrens kunnen worden. Dat plan kreeg een harde klap in het jaar 9 na Christus, toen drie Romeinse legioenen onder leiding van Varus in het Teutoburgerwoud werden verslagen.

Rome gaf zijn ambities niet onmiddellijk op, maar onder keizer Tiberius kwam uiteindelijk een einde aan de grootschalige pogingen om het gebied tot aan de Elbe te veroveren. De beter bevaarbare en beter verdedigbare Rijn werd de grens van het rijk.

Langs die rivier verrezen forten met plaats voor enkele honderden hulptroepen. Het waren georganiseerde miniwerelden met barakken, hoofdgebouwen, opslagplaatsen en soms een eigen badhuis. In de omgeving lagen wegen, aanlegplaatsen en burgernederzettingen.

Noviomagus, het huidige Nijmegen, groeide uit tot een belangrijk bestuurlijk en stedelijk centrum. Ook Forum Hadriani, op de plaats van het huidige Voorburg, ontwikkelde zich tot een volwaardige Romeinse stad. De naam verwijst waarschijnlijk naar een bezoek van keizer Hadrianus in 121 of 122. Rond het midden van de tweede eeuw kreeg de plaats de status van municipium. Voorburg had destijds hooguit duizend inwoners, maar beschikte wel over winkels, een badhuis, een haven en een stadsmuur. Klein, maar bepaald niet provinciaals.

Forten in het vuur

De eerste forten langs de Rijn waren grotendeels van hout. Tijdens de Bataafse Opstand van 69 en 70 gingen verschillende legerplaatsen in vlammen op. Ze werden herbouwd en vanaf het einde van de eerste en in de tweede eeuw steeds vaker in steen uitgevoerd.

In de derde eeuw nam de onrust toe. Het Romeinse Rijk werd geteisterd door burgeroorlogen, snel wisselende ‘soldatenkeizers’ en aanvallen van buitenaf. Forten werden beschadigd, verlaten en soms opnieuw in gebruik genomen.

De neergang verliep minder overzichtelijk dan een jaartal in een geschiedenisboek suggereert. In Nederland waren de meeste forten aan het einde van de derde eeuw verlaten, al werden sommige plekken in de vierde eeuw waarschijnlijk nog tijdelijk gebruikt. Elders langs de Rijn hield de Romeinse invloed langer stand. Rond 459 of 461 kwam Keulen in Frankische handen. In 476 werd de laatste West-Romeinse keizer afgezet.

De grens verdween, maar het landschap vergat haar niet.

Romeins Bodegraven

Ook Bodegraven maakte deel uit van deze wereld. In het centrum zijn op verschillende plaatsen sporen gevonden van een houten castellum. De resten in de Willemstraat en aan de Oud-Bodegraafseweg wijzen op een fort dat waarschijnlijk tussen 45 en 50 na Christus werd gebouwd.

Wie nu door de Willemstraat, Nassaustraat of Mauritsstraat loopt, ziet geen hoge poorten of wachttorens. Toch lag hier ooit een militaire nederzetting. Onder huizen, straten en tuinen bevinden zich resten van een geschiedenis die ouder is dan het dorp zoals wij dat kennen.

Aan de rand van Bodegraven maakt het Limespark het tracé van de Romeinse grensweg zichtbaar. Informatieve panelen vertellen over de archeologische vondsten en over het leven langs de Rijn.

Bij Hortus Populus staat bovendien CoHortus, een nagebouwde Romeinse soldatenbarak van hout en leem. De naam is een speelse combinatie van cohort en hortus. Binnen krijgen bezoekers een indruk van de manier waarop soldaten kookten, aten en sliepen. Buiten groeien bloemen, kruiden, groenten en vruchten die ook in de Romeinse tijd bekend waren.

Een helm duikt op

Dat het Romeinse verleden soms letterlijk boven water komt, bewijst een bijzondere vondst uit 1937. In een zandwinningsgebied bij de Wierickerschans werd een Romeinse ruiterhelm gevonden.

De originele helm bevindt zich in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. In het centrum van Bodegraven staat een eigentijdse replica, ontworpen door Alphons van Leeuwen en uitgevoerd door de Bodegraafse beeldhouwer Leon Veerman.

Het is een mooi contrast: een kostbare militaire helm die bijna tweeduizend jaar verborgen bleef en nu als kunstwerk terugkeert in het straatbeeld. Alsof de geschiedenis even boven de grond uitsteekt en zegt: kijk nog eens goed.

Want de Limes ligt niet ergens ver weg in Rome, Voorburg of Nijmegen. Hij loopt dwars door het Groene Hart. Onder onze straten, langs onze rivieren en soms gewoon onder een achtertuin.

Rare jongens, die Romeinen? Misschien. Maar ze waren hier wel.

Originele tekst Willem IJdo voor KNST 01 (bewerkt door redactie KNST!)

Even Romein in Archeon

Hoe rook een Romeins badhuis? Hoe zwaar was het leven van een legionair? En wat stond er eigenlijk op het menu? In Museumpark Archeon in Alphen aan den Rijn wandel je door het nagebouwde grensdorp Trajectum ad Rhenum. Je ontmoet Romeinen, bekijkt hun ambachten en kunt zelfs exerceren als soldaat.

Bijzonder zijn de zes originele Zwammerdamschepen, die tussen 1971 en 1974 vlakbij zijn opgegraven. In de Restauratiewerf is van dichtbij te zien hoe deze bijna tweeduizend jaar oude vaartuigen worden behouden. Geen geschiedenis achter glas, maar een Romeins verleden dat hier verrassend dichtbij komt.

Museumpark Archeon, Alphen aan den Rijn
www.archeon.nl

Ontdek meer van KNST!

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder